Vergeten dierentuin in Den Haag: van chique ontmoetingsplek tot sloop in oorlogstijd
In dit artikel:
Op de plek waar nu het provinciehuis in Den Haag staat, lag van 1863 tot 1943 een kleine maar geliefde stadsdierentuin. Het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap richtte het park aan de Benoordenhoutseweg op naar het voorbeeld van Artis en de Rotterdamse Diergaarde; in tegenstelling tot die grote parken bleef de Haagse variant kleinschalig en vooral ingericht als aantrekkelijk wandelpark met veel vijvers en exotische planten. Aanvankelijk vooral toegankelijk voor leden uit de betere kringen, ontwikkelde de tuin zich na 1880 tot een publieksattractie en evenementenlocatie waar kermissen, concerten en feesten werden gehouden.
In 1893 verrees het rijk versierde hoofdgebouw dat al snel de bijnaam ‘Het Moorse Paleis’ kreeg en in de stad een belangrijke sociale functie vervulde: bokswedstrijden, dansavonden, hondenshows en de allereerste Pasar Malam vonden er plaats. Toch eindigde het bestaan van de dierentuin abrupt in 1943, toen de Duitse bezetter het terrein opeiste voor de aanleg van de Atlantikwall; dieren verhuisden naar Artis en het net geopende Blijdorp, en verblijven en gebouwen werden gesloopt. Alleen het Moorse Paleis bleef staan tot 1968.
Na de oorlog faalden pogingen om de dierentuin te herstellen; herinneringen vervagen en veel betrokkenen zijn overleden. In het provinciehuis is nu een tentoonstelling te zien met foto’s, ontwerpen, ansichtkaarten en schilderijen die het verhaal van de Haagse dierentuin en haar maatschappelijke rol opnieuw zichtbaar maken. Museumbeheerder Rik van der Burg verzorgt de collectie en belicht hoe de tuin uitgroeide van keurig wandelpark tot bruisende stadslocatie.
Het Oranje Café: Noah Ohio geeft zijn voorkeur in de eeuwige discussie: Messi of Ronaldo?