Van angstaanvallen tot Oh, Oh, Den Haag, het bewogen leven van Harrie Jekkers
In dit artikel:
"Ik wil graag één keer het hele verhaal vertellen." Met die wens begint de biografie van Harrie Jekkers, geschreven door Sander van Leeuwen. Het boek schetst het leven van de Haagse Moerwijk-jongen (geboren 1 juli 1951) die uitgroeide tot een geliefde zanger, cabaretier en liedjesschrijver, en belicht zowel zijn creatieve successen als persoonlijke worstelingen.
Opgegroeid in een warm gezin — zijn vader Theo werkte zich op tot supermarktleider bij De Gruyter in Delft — beschrijft Jekkers zijn jeugd als een gewone buurt van straatvoetbal en vriendschappen. Belangrijke levenslijnen lopen via schooljaren en vrienden: in het Thomas More College ontmoet hij Cees Grimbergen en Koos Meinderts, met wie hij later boeken, liedjes en theaterprogramma’s maakt. In de De Gruyter-supermarkt ontmoet hij zijn eerste liefde, Marijke; hun levens kruisen elkaar later opnieuw, en uiteindelijk worden zij alsnog levenspartners.
Zijn vroege volwassen jaren brengen wisselende ervaringen: werken op zee, korte militaire dienst, en studie Engels in Groningen. Die studieperiode verloopt moeizaam door heftige angstaanvallen; Jekkers beschrijft Groningen als een "doolhof" waarin hij lang de weg kwijt is. Alcohol sluipt erin als hulpmiddel tegen de paniek, en wordt later een hardnekkig probleem.
Creatief breekt Jekkers door. Samen met Meinderts en anderen bedenkt hij café De Baas in Utrecht en schrijft hij het satirische boek Tejo. In de jaren tachtig groeit zijn muziekgroep Klein Orkest uit tot een van de belangrijkste Nederlandstalige bands van dat decennium, met hits als Laat mij maar alleen, Koos Werkeloos en het voor de cultuurgeschiedenis belangrijke Over de muur. Voor Den Haag schreef hij per toeval het herkenbare Oh, Oh, Den Haag, dat later vrijwel als volkslied van de stad wordt gezien.
Het succes brengt ook druk; uiteindelijk stopt Jekkers met Klein Orkest, en beleeft een lastige periode voordat hij zich opnieuw in het theater vindt. Zijn solodebuut komt in 1988, waarna shows als Het gelijk van de koffietent en Met een goudvis naar zee (met het populaire personage Ome Jan) grote waardering oogsten. Hij krijgt het compliment van een theaterdirecteur dat hij 'natte stoelen' bereikt — bezoekers die zó hard lachen dat ze er niet droog bij blijven.
Privé kiest hij na jaren van rondreizen en relaties voor een verblijf op Ibiza, waar hij een huis bouwt en een relatie met Judith heeft die later strandt. Hij keert later terug naar Nederland, werkt opnieuw met vrienden zoals Jeroen van Merwijk en doet een succesvolle reünietour met Klein Orkest (ruim 120 shows, waaronder vijfmaal Carré). Als opvolger van Paul van Vliet is hij enige tijd vaste zondagbespeler in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, waaruit de voorstelling Achter de Duinen voortkomt.
Alcohol blijft een terugkerend thema. Tijdens de glorietijd van Klein Orkest dronk hij soms tot twintig biertjes per dag; tijdens de coronaperiode kreeg whisky de overhand en belandde hij in een dagelijkse flesroutine. Later kreeg hij gezondheidsproblemen — blaaskanker en verminderde nierfunctie — waarna hij zelfstandig besloot te stoppen met whisky. Hij leeft niet volledig sober: witte wijn gebruikt hij bewust omdat hij daar beter maat in kan houden. Over whisky zei hij opmerkelijk: het is "de harddrugs onder de dranken."
Momenteel maakt Harrie Jekkers afscheidstournees. Deze week staat hij op 26–28 juni in het Zuiderparktheater in Den Haag; zijn allerlaatste voorstelling is gepland in de Koninklijke Schouwburg op 12 juli (met extra data 4, 5 en 11 juli). De biografie en zijn afscheidsshows bieden een breed en eerlijk portret van een artiest die zowel grote publieke successen beleefde als langdurige persoonlijke strijd.
Het Oranje Café: Noah Ohio geeft zijn voorkeur in de eeuwige discussie: Messi of Ronaldo?