Stuitende hypocrisie in Den Haag: krokodillentranen om NOS-journalist in Rusland, maar zélf media censureren

vrijdag, 3 april 2026 (08:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Rusland heeft de persaccreditatie van NOS-correspondent Geert Groot Koerkamp ingetrokken, waardoor hij niet meer in het land mag werken. In Den Haag leidde dat tot felle verontwaardiging van politici en belangenorganisaties zoals de NVJ. Volgens het artikel is die verontwaardiging hypocriet: Moskou reageerde namelijk naar verluidt als vergelding voor het eerder uitzetten van een correspondent van het Russische staatsagentschap RIA Novosti door Nederland.

De auteur wijst erop dat de Nederlandse regering en de EU zelf harde maatregelen tegen Russische media hebben genomen — onder meer het blokkeren van RT en Sputnik op televisie en online en het verwijderen van accounts op social media — met het argument dat het om propaganda gaat. Diezelfde rechtvaardiging gebruikt Rusland nu om de NOS-correspondent te weigeren, wat volgens de schrijver aantoont dat persvrijheid geen eenrichtingsverkeer mag zijn. NVJ-secretaris Thomas Bruning wordt geciteerd met de uitspraak dat een gezond land niet moet beginnen aan het intrekken van journalistenvisa; de commentator noemt dat cynisch gezien Nederlandse acties die juist het eerste voorbeeld zouden hebben gesteld.

Het stuk betoogt dat Nederland zijn morele gezag verliest zolang het binnenlands censuurtactieken toepast maar internationaal kritiek levert op Moskou. Als het Westen serieus wil optreden als verdediger van het vrije woord, moet het volgens de auteur stoppen met wat hij een schizofrene houding noemt: blokkades en uitzettingen binnenslands, en daarna klagen over vergelijkbare tegenmaatregelen. Ten slotte bevat het artikel oproepen om onafhankelijke media te steunen en zich te abonneren op vervolgberichten over censuur en hypocrisie.

Extra context: wederzijdse uitzettingen en mediamaatregelen komen vaak voor in diplomatieke conflicten; de kwestie raakt echter aan bredere debatten over wanneer maatregelen onder de noemer “tegen propaganda” terecht zijn en wanneer ze censuur vormen.