Parkeergarage vol, werkbus mag niet meer op straat staan: 'Kan mijn werk niet meer uitvoeren'
In dit artikel:
Raoul Janki uit de Binckhorst in Den Haag dreigt vanaf 1 juni 2026 zijn werkbus niet meer kwijt te kunnen in de straat: de gemeente voert betaald parkeren in het gebied in (tussen 18.00 en 00.00 uur) en verstrekt geen bewoners- of bedrijfsparkeervergunningen. Janki woont in een flat met ongeveer 400 woningen maar slechts circa 90 parkeerplaatsen; hij staat al twee jaar op een wachtlijst en zegt dat ook zijn vriendin geen plek heeft. Als onderhouds- en servicemonteur van cv-ketels is hij afhankelijk van zijn bus. "Hierdoor kan ik mijn werk straks niet meer uitvoeren en verlies ik mijn inkomen," zegt hij. Commerciële parkeergarages zijn financieel onhaalbaar voor hem (ongeveer €400 per maand) en openbaar vervoer biedt weinig alternatief in die buurt, waardoor verhuizen de enige haalbare oplossing lijkt.
De gemeente verklaart dat de Binckhorst als autoluwe wijk wordt ingericht om leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid te verbeteren en meer ruimte te maken voor OV en fietsroutes. Daarom geldt een parkeernorm van gemiddeld 0,5 plek per woning en worden geen vergunningen verstrekt. Bewoners zouden bij hun woonkeuze rekening moeten houden met die beperkte parkeercapaciteit. Als oplossingsrichtingen noemt de gemeente het gebruik van private of commerciële parkeeraanbieders en lokale parkeerhubs; ze is ook in gesprek met eigenaren/beheerders van parkeergarages rond de Binckhorst over betaalbaarheid en beschikbaarheid.
Kortom: de invoering van betaald parkeren en het ontbreken van vergunningen zet bewoners zonder eigen staanplaats — en vooral degenen die beroepsmatig afhankelijk zijn van een auto — in een penibele positie, terwijl de gemeente de maatregel verdedigt als onderdeel van gebiedsontwikkeling richting minder autogebruik.