Nederlanders al zes jaar depressief over de economie: prijzen gieren de pan uit terwijl Haagse elite wegkijkt
In dit artikel:
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat het consumentenvertrouwen in Nederland een nieuwe, forse terugval heeft gekregen. Nederlanders zijn nu bijna zes jaar onafgebroken pessimistisch over de economie — de langste reeks sinds de onrustige jaren zeventig en tachtig — terwijl politici en analisten blijven wijzen op macro-economische groei. De tegenstelling tussen cijfers op papier en de dagelijkse ervaring van huishoudens staat centraal in het artikel.
Wie en waar: gewone Nederlandse consumenten, onderzoekers van het CBS en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), plus economen uit de media en het bankwezen. Wat en wanneer: actueel per 2026; het consumentenvertrouwen daalt scherp en koopkrachtproblemen blijven voelbaar. Waarom: de belangrijkste oorzaken zijn hoge inflatie, sterke prijsstijgingen bij levensonderhoud en energie, en een groeiend gevoel dat de politiek grote problemen niet oplost (zoals wonen en asiel). Bedrijven boeken vaak hoge winsten terwijl veel huishoudens juist minder te besteden hebben, waardoor groei niet automatisch samenvalt met verbetering voor de burger.
Belangrijke cijfers en observaties: prijzen liggen volgens het artikel gemiddeld circa 16,5 procent hoger dan bij een normale ontwikkeling; dat versterkt het gevoel van financiële achteruitgang. Mensen vergelijken huidige kosten met eerdere jaren en ervaren dat loonsverhogingen vaak niet compenseren. Dit leidt tot afwachtend koopgedrag en uitstel van grote aankopen. Een Rabo-econoom vat het praktisch samen: “De economische cijfers zijn redelijk, maar de vibe is nog altijd slecht.” CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen benadrukt dat inflatie het sentiment direct aantast. Het SCP spreekt van een “betrouwbaarheidscrisis” bij de politiek.
Kernboodschap: er is een aanzienlijke ontkoppeling tussen macro-indicatoren en de leefwereld van burgers. Het artikel roept politici op te stoppen met het louter vieren van bbp-groei en in plaats daarvan beleid te voeren dat koopkracht en financiële zekerheid herstelt. Mogelijke beleidsreacties (niet uitputtend) betreffen gerichte inkomenscompensatie, energiebeleid en maatregelen om essentiële prijzen te dempen, zodat groei ook voor huishoudens merkbaar wordt.