Freddie wordt al acht jaar vervolgd, maar komt nooit opdagen

zaterdag, 4 april 2026 (08:32) - Omroep West

In dit artikel:

In Den Haag is een 65-jarige man onder de naam "Freddie" veroordeeld voor het onttrekken van vermogen aan zijn faillissement, maar hij zelf was nooit bij de zittingen aanwezig. De voormalige eigenaar van een reisbureau gespecialiseerd in Thailand zag zijn bedrijf in 2010 omvallen en ging persoonlijk failliet in 2014. In plaats van openheid richting de curator te geven, vloog hij naar Bangkok met een oud, eerder als vermist opgegeven paspoort en verdween in Thailand.

De curator ontdekte dat Freddie drie strandappartementen in Pattaya bezat, twee daarvan drie dagen na het faillissement voor contant geld had verkocht aan zijn Thaise echtgenote Phailin en een derde aan een andere koper. In totaal ging het om ongeveer 3,5 miljoen Thaise baht (ruim €90.000). Pogingen om het stel op te sporen liepen spaak: opgegeven Thaise adressen bleken niet te bestaan en de twee waren onbereikbaar.

Het Openbaar Ministerie probeert Freddie sinds 2018 naar de Haagse strafbank te krijgen; de eerste zitting was augustus 2019. De verdediging vroeg herhaaldelijk om uitstel omdat de cliënt er zogenaamd bij wilde zijn, maar die verschijning bleef telkens uit — een patroon dat tot 2026 doorliep. In 2023 werd nog voorgesteld de zaak via procesafspraken af te doen, maar daarna viel opnieuw stilte.

De officier bracht overtuigend bewijs naar voren: de eigendomsoverdrachten staan in het Thaise kadaster en bankopnames zijn te traceren, waarmee is aangetoond dat schuldeisers door de onttrekking zwaar zijn benadeeld. Omdat Freddie geen strafblad heeft en de wettelijke redelijke termijnen (normaal twee jaar) ernstig zijn overschreden — deels door zijn eigen gedrag — eiste het OM geen gevangenisstraf maar 120 uur onbetaalde arbeid. De rechter volgde die eis en legde dezelfde straf op; bij niet-uitvoering volgt een vervangende hechtenis van zestig dagen, die zal worden uitgevoerd zodra Freddie ooit in Nederland terugkeert. Het vonnis is aan zijn advocaat gestuurd; de gebruikte namen zijn gefingeerd.

Context: de zaak illustreert hoe lastig het is faillissementsfraude te bestraffen als betrokkenen naar het buitenland vertrekken en hoe registraties en bankgegevens in het buitenland cruciaal bewijs kunnen vormen.